Didactisch concept pre-IB

Bij leerlingen in grade 9 of 10 dringt zich soms de vraag op: is Nederlands wel de moedertaal? Natuurlijk: het is de taal die de leerling spreekt met familie. Maar bij een langdurig verblijf in het buitenland is Nederlands soms niet meer de sterkste taal. Die rol wordt langzaamaan overgenomen door het Engels.

Wat heeft een leerling in het pre-IB nodig? Bij veel leerlingen is de taalsituatie complex. Daarom hechten we veel belang aan persoonlijke begeleiding. We vertrekken vanuit de behoeften van de leerling.

Met elke leerling is er wekelijks Skype-contact. We gaan uit van een gemiddelde studiebelasting van 1,5 à 2 uur per week – dit is exclusief het lezen van de boeken. Wordt het lezen meegerekend, dan besteedt de leerling ongeveer 3 uur per week aan Nederlands.

Het lesprogramma in grade 9 (VO3) is gericht op het activeren van de taal. De leerling leest zes romans voor jongeren (young adults), elk gecentreerd rond een actueel thema (bijv. Natuur en milieu). Het lesmateriaal is gevarieerd en bevat allerlei uitstapjes naar actuele berichten in de media. Zo krijgt de leerling niet alleen taal (woordenschat, begrijpend lezen) aangereikt, maar wordt ook de link gelegd met thema’s die relevant zijn voor het IB.

Grade 10 (VO4) staat in het teken van de voorbereiding op het IB. De leerling leest zes toegankelijke literaire teksten. Deze teksten worden geanalyseerd en besproken, aan de hand van de drie areas of exploration die centraal staan in het nieuwe IB-curriculum.

Onze ideeën over didactiek worden goed zichtbaar in ons lesmateriaal. U kunt hier (klik op de link) een voorbeeld bekijken: ons lespakket bij de graphic novel Persepolis. Dit boek staat op de leeslijst van pre-IB (2).