Over creatief schrijven

In het curriculum van Language A is geen creatief schrijven opgenomen. Daar zijn goede redenen voor te bedenken, maar toch vind ik het jammer. Creatief schrijven kan leuk en leerzaam zijn en een meerwaarde bieden aan het programma.

Creatieve schrijfopdrachten hebben als eerste voordeel dat de leerling zich in de positie van de auteur verplaatst en actief aan de slag gaat met de authorial choices. Het wordt zo heel concreet: hoe beschrijf je de ruimte? Hoe creëer je geloofwaardige personages? Hoe bouw je spanning op? Het zélf puzzelen en afwegingen maken kan vervolgens helpen om authorial choices op te merken in een literaire tekst. De omgekeerde weg gaat ook: de leerling gebruikt een bestudeerde tekst als inspiratie voor een eigen verhaal of gedicht. Dit kan een elegante afsluitende opdracht opleveren waarin de leerling reflecteert op de tekst en de verhaaltechnische keuzes van de auteur probeert te kopiëren.

Een tweede voordeel van een creatieve schijfopdracht is dat de leerling wordt uitgedaagd om het juiste register en de juiste woorden te vinden. Hoe spreekt iemand die zichzelf ontzettend belangrijk vindt? Met welke woorden creëer je een griezelige sfeer? Wanneer de leerling er plezier in heeft en probeert zijn verhaal steeds mooier en beter te krijgen, kan dat zijn woordenschat en taalvaardigheid verbeteren.

Een derde reden om aandacht te besteden aan creatief schrijven: leerlingen vinden het leuk! Wanneer ik leerlingen vraag om een verhaal te schrijven, leveren ze soms een tekst in die veel langer is dan waar ik om heb gevraagd. De verhalen hebben bovendien een hoog niveau – niet allemaal natuurlijk, maar veel leerlingen doen er echt hun best op.

Zoals opgemerkt: creatief schrijven maakt geen deel uit van het curriculum van Language A. Dat neemt niet weg dat het een boeiende, speelse manier kan zijn om het begrip voor literaire teksten te vergroten – vooral wanneer je de leerling individueel kunt begeleiden. Een enthousiasmerende opdracht en een goede voorbereiding zijn uiteraard cruciaal. En natuurlijk hangt het van de leerling af, want zo’n creatieve opdracht is niet aan iedereen besteed. Maar als de leerling het graag doet, kan het iets moois opleveren! Zoals mijn leerling Renske deze week liet zien, die na het lezen van twee toneelteksten van Esther Gerritsen zelf een kort toneelstuk schreef. Ter afsluiting hieronder de eerste twee scènes van haar tekst.  

Pieter van der Vorm


RIEM
[In de woonkamer, het is laat, maar nog niet donker]

Scene 1
MARK En scene [Mark klapt hard in zijn handen]
LINDA Wie wil Mieka uit–?
CONTES Maar het—
PHILIP Ik wel hoor
CONTES Het snijst
MARK Snijst?
CONTES Ja het snijst!
LINDA Wat is sn–?
PHILIP Sneeuw en ijs
LINDA OK, maar wie gaat—
PHILIP Ik zei toch al dat ik het
MARK Jeetje, hij is er nog maar net en
[De deur klapt hard dicht, Philip is weg]

Scene 2
[Iedereen is in de woonkamer maar ze doen allemaal hun eigen ding]
MARK Kom we gaan
CONTES Waar gaan we nu—
LINDA Kom, jij gaat ook mee
CONTES Ik wou alleen maar vragen—
MARK Zeur niet zo
CONTES Nou poe
PHILIP Ik heb zijn riem al
LINDA Top
CONTES Het snijst nog steeds
MARK Kom op
LINDA Dat is gewoon motregen
PHILIP Goed voor je huid
CONTES Hou op Philip

Plaats een reactie