Over cultuur en identiteit

In een cursus Language A worden heel wat vaardigheden ontwikkeld. Ik denk dat je de leerdoelen kunt beschrijven op minimaal vier niveaus:

  1. Taal. De leerling dient zich correct en genuanceerd uit te drukken, met een goed gevoel voor register en met behulp van een adequate woordenschat.
  2. Literaire analyse. De leerling dient in staat te zijn een tekst nauwkeurig te lezen en te interpreteren en daarbij betekenis toe te kennen aan (tekstuele, literaire) keuzes van de auteur.
  3. Academische vaardigheden. De leerling moet onderscheid kunnen maken tussen feiten en meningen. De leerling is op de hoogte van de conventies van correct citeren; een uitspraak moet met argumenten worden onderbouwd.
  4. Cultuur en identiteit. De leerling verkent de eigen en vreemde cultuur aan de hand van literaire teksten. De leerling leert zijn/haar ideeën in een intercultureel perspectief te plaatsen; hij/zij kan reflecteren op de eigen positie en identiteit.

Dit laatste (cultuur en identiteit) maakt expliciet deel uit van het Language A-curriculum en speelt o.a. een rol bij het Individual Oral. Immers, in het IO dient de leerling twee teksten te bespreken vanuit een overeenkomstig global issue. In de cursus Language A: Literature kiest de leerling hiervoor één oorspronkelijk Nederlandstalig literair werk en één tekst in vertaling, met het idee dat de leerling op die manier het global issue beschouwt vanuit de eigen en vanuit de andere culturele achtergrond.

Het is een goed idee om in DP1, wanneer wordt toegewerkt naar het IO, literaire werken aan de orde te stellen die aanknopingspunten bieden om ‘iets te doen met cultuur’ – in de breedst mogelijke zin: kunst, geschiedenis, maatschappij, religie, politiek, minderheden, tradities, gender enz. Wanneer je je als docent hierin vastbijt, kun je je afvragen: wat is er eigenlijk zo karakteristiek en bijzonder aan de Nederlandse/Vlaamse cultuur? Zeker in een tijdperk van globalisatie is het antwoord nog niet zo eenvoudig.

Geschiedenis? In de Nederlandse literatuur nemen teksten over de Tweede Wereldoorlog en over Nederlands-Indië een bijzondere positie in. Zo is Het achterhuis van Anne Frank het meest vertaalde Nederlandse boek ooit, en op literatuurlijsten van scholieren prijken veelvuldig titels als De aanslag, Oeroeg of Bezonken rood. Het betreft hier verhalen die zich afspelen tegen de achtergrond van belangrijke historische gebeurtenissen. Maar of de leerling van nu, anno 2021, er nog zoveel mee heeft? Hun grootouders hebben de Tweede Wereldoorlog meestal niet meegemaakt, de oorlog is verdwenen uit de familieverhalen. De Nederlandse aanwezigheid in Nederlands-Indië heeft prachtige literatuur opgeleverd, maar die verhalen spelen zich af in een tempo doeloe. Haasse en Springer zijn een jaar of tien geleden overleden; Brouwers en Van Dis zijn op hoge leeftijd.

Wat verder: religie, maaltijden, folklore, taal? De calvinistische traditie zegt de meeste leerlingen niets. Boerenkool of koekhappen staan ver van ze af, ze lopen niet op klompen, hebben geen tulp in hun haar. Ja, er is de taal, natuurlijk! Dat is iets wat ze aan Nederland bindt. En als het Nederlands elftal speelt, zetten ze een oranje petje op, dat ook.

Het zal duidelijk zijn dat ‘de eigen cultuur’ niet erg tastbaar is. Veel actuele kwesties spelen op globaal niveau: de klimaatproblematiek, Black lives matter, Covid, enz. De opkomst van social media heeft culturele verschillen kleiner gemaakt. Een Nederlandse jongere van nu zal waarschijnlijk meer verwantschap voelen met een jongere uit een niet-westerse cultuur dan met een Nederlandse jongere in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Toch heb ik het idee dat de culturele achtergrond niet helemaal uitgevlakt kan worden en een rol blijft spelen.

De cursus Language A biedt een mooie plek om dit laatste te verkennen, waarbij het nog een hele uitdaging is om dit op een zinvolle manier in te vullen. Wanneer je als docent de Nederlandse cultuur aan de orde wilt stellen, volstaat het niet om nóg eens De aanslag en Oeroeg uit de kast te trekken. Want nee, cultuur is niet statisch en meer dan een stukje geschiedenis. Je zult op zoek moeten naar onderwerpen die actueel zijn en de leerling uitnodigen voor een ontdekkingstocht. Dat kan goed met hedendaagse teksten, maar ook historische teksten kunnen onderwerpen of thema’s aansnijden die herkenbaar zijn. Sara Burgerhart woont in bij een tante die haar strenge opvattingen aan haar opdringt; Sara wil er weg, ze komt in een prettig milieu met vrienden en vriendinnen. Dan krijgt ze te maken met de even charmante als arrogante heer R., die geen goede bedoelingen met haar heeft. Allerlei elementen uit deze 18e-eeuwse briefroman hebben nog niets aan relevantie ingeboet.

Hierboven gaf ik aan dat cultuur niet als een statische verzameling feiten en opvattingen mag worden opgevat. Dat geldt uiteraard ook voor literatuur in vertaling. De leerling die één fictionele tekst leest uit een niet-westerse cultuur kan op basis daarvan bezwaarlijk uitspraken doen over ‘de’ cultuur (de positie van de vrouw, discriminatie enz.) in dat land. Juist dan ligt stigmatisering op de loer. De leerling zal kritisch, genuanceerd moeten interpreteren.

Ik vind de selectie van geschikte literaire teksten voor mijn leerlingen een boeiende maar ook lastige taak. Van de vier niveaus die ik aan het begin van deze blog onderscheidde, is ‘cultuur en identiteit’ het niveau dat me het meest bezighoudt. Want uiteindelijk is dát wat me met het IB-programma voor ogen staat: met behulp van de literaire teksten wil ik de leerling een venster bieden om naar de wereld te kijken, op die wereld te reflecteren en uiteindelijk na te denken over zijn/haar positie in die wereld.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie