Over de Antillen, Suriname en Indonesië

Na het uitstapje naar Vlaanderen, gaat de blog deze week verder op reis. De PRL noemt vier ‘overzeese Nederlandstalige auteurs’: twee uit Curaçao (Frank Martinus Arion en Boeli van Leeuwen) en twee uit Suriname (Astrid Roemer en Karin Amatmoekrim). Bij Amatmoekrim vermeldt de PRL trouwens ook ‘Nederland’, het land waar ze als kleuter naartoe verhuisde.

Het zijn auteurs van romans die goed besproken kunnen worden in het kader van (bijv.) de multiculturele samenleving of kolonialisme. Met de PRL hebben auteurs uit de Antillen en Suriname echter wel meer concurrentie gekregen. De eis ‘Nederlandstalige literatuur uit twee regio’s’ is immers vervallen. Bovendien bevat de lijst ook andere Nederlandstalige auteurs met een culturele achtergrond buiten de Lage Landen, zoals Benali en Bouazza, die ook interessante opties kunnen zijn.

De PRL bevat overigens nóg een ‘overzeese Nederlandstalige auteur’. (Een leuke quiz-vraag: wie?) Het gaat om Raden Adjeng Kartini, een Javaanse vrouw die rond de vorige eeuwwisseling opkwam voor de positie van vrouwen. Ze stierf in 1904 in het kraambed, op 25-jarige leeftijd. Na haar dood werden haar brieven aan Nederlandse vriendinnen gebundeld in het boek Door duisternis tot licht (1912). Het zijn boeiende, levendige brieven, die voor (sterke) leerlingen goed leesbaar zijn. In de PRL wordt Kartini vermeld bij ‘Indonesian’. In Indonesië is ze inderdaad veel bekender dan in Nederland, maar feit is dat de brieven waarmee ze bekend is geworden in het Nederlands zijn geschreven.

Het leuke van het nieuwe curriculum is dat je als docent creatief kunt zijn. Je mág met je leerling toewerken naar een Individual Oral aan de hand van non-fictie van Karin Amatmoekrim en de brieven van de Javaanse Kartini. Daar valt iets moois van te maken! Niet dat ik dit daadwerkelijk met mijn leerlingen plan, maar dat hoeft ook niet. Het is zo leuk om nieuwe teksten te lezen en onbekende gebieden te verkennen! Waar ik de oude PLT vaak als beperkend ervoer, zie ik de PRL als een uitnodigend venster.

Bij het schrijven van deze blog las ik weer eens enkele brieven van Kartini. Ik vind het prachtig hoe ze een storm beschrijft: En van morgen heeft het feitelijk gestormd, verschrikkelijk heeft de wind hier huis gehouden. Op ‘t erf zijn een paar boomen geheel kaal gewaaid, de dikke takken braken af, alsof het maar lucifersstokjes waren, en van de mooie koolblandaboomen zie je nu nog maar een paar kale grijze stammen. Hoe vreeselijk moeten de kampongs dan niet daaronder geleden hebben. Heele daken waaiden van de huizen af. 

Of neem dit, over standverschil: Ik sta nooit toe, dat vrouwen ouder dan ik, doch in stand mijne minderen, mij de hulde bewijzen, waarop ik aanspraak heb. Ik weet wel, dat zij ‘t gaarne doen, ofschoon ik zooveel jonger ben dan zij, maar ik ben eene afstammelinge van het door hen zoo aangebeden oud adellijk geslacht, voor wie zij goed en bloed veil hebben. Roerend is het, hoe verknocht de minderen aan hunne grooten zijn. ‘t Stuit mij tegen de borst om menschen, ouder dan ik, voor mij in ‘t stof te zien kruipen. // Met leede oogen ziet menig Europeaan hier aan, hoe de Javanen, hun minderen, zich langzamerhand ontwikkelen, en er telkens een bruine opduikt, die bewijst, dat hij evengoed hersens in zijn kop en een hart in zijn lijf heeft als de blanke.

Mooi toch? Misschien is het niet allemaal zo geschikt om met leerlingen te bespreken, want talig niet gemakkelijk en er zijn teksten die dichterbij ze staan. Maar ook dán: het is zo mooi om te lezen en erover te denken! En voor sommige leerlingen kan zo’n tekst wél een interessante keuze zijn. Ik ben heel blij met die zee van mogelijkheden die de PRL biedt.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie