Over de AOE’s (deel 1)

Readers, writers and texts

Het Language A-curriculum is gecentreerd rond drie areas of exploration (AOE’s): Readers, writers and texts (RWT), Time and space (TS) en Intertextuality: connecting texts (INT). Het nieuwe curriculum ging in 2019 in; de eerste lichting leerlingen heeft in mei 2021 examen gedaan. Tijd om de balans op te maken: werkt het prettig, die AOE’s? Hoe koppel je eigenlijk een AOE aan een literaire tekst?

Het idee is dat de docent voor elk literair werk één AOE vastlegt. Ik heb gemerkt dat de beide andere AOE’s zich in de praktijk bijna vanzelf aanbieden en zodoende óók aan bod komen. Dat is niet erg. Het is geen toeval dat de richtvragen die de IB-gids geeft bij de afzonderlijke AOE’s nogal wat raakvlakken vertonen.

Wie er moeite mee heeft om een literaire tekst te relateren aan een bepaald AOE, kan steun vinden in het bekende poëticamodel van M.H. Abrams. Readers, writers and texts is dan het AOE dat onderzoek doet naar de relaties in de driehoek work – artist – audience. Het AOE Time and space leent zich goed om de relatie work – universe te verkennen; bij het AOE Intertextuality: connecting texts kun je tenslotte kijken naar de relatie work – work, die vanaf het begin van de twintigste eeuw ter discussie kwam te staan. Het is natuurlijk niet zo dat de keuze voor een AOE gekoppeld dient te worden aan poëticale opvattingen, maar het model van Abrams laat wél zien dat elke literaire tekst gelinkt kan worden aan een auteur, een publiek en de wereld, waarbij de literaire tekst (het werk, in het centrum van het model) weer relaties met andere teksten onderhoudt. Ik denk dat dat idee aan de basis ligt van de drie AOE’s in het Language A-curriculum. 

Laten we als voorbeeld Max Havelaar van Multatuli nemen. Je kunt deze roman als tekst analyseren: de personages, de setting, het wisselende perspectief. Vervolgens kun je de link leggen naar het publiek, dat de roman om diverse redenen kan waarderen: om de scherpe analyse van de koloniale politiek, om de romantische, strijdende Havelaar of om de bijzondere compositie van de roman. Al dit soort aspecten kunnen in het kader van het AOE Readers, writers and texts worden onderzocht. Je kunt ook kiezen voor een andere zoeklicht, het AOE Time and space, en Max Havelaar vanuit een een historisch perspectief bestuderen. Hoe werd de roman in de 19e eeuw gelezen? Welk beeld schetst de roman van ongelijkheid en corruptie? Is die thematiek nog altijd actueel? In hoeverre wordt de betekenis bepaald door de tijd en plaats waarin de tekst wordt gelezen? Binnen het AOE Intertextuality: connecting texts tenslotte kan de tekst worden bestudeerd in een context van andere teksten. Wat maakt Max Havelaar tot een roman? In welke traditie staat de tekst? Max Havelaar lijkt een mozaïek van verschillende tekstsoorten (een onuitgegeven toneelspel, een parabel, een gedicht, een toespraak, een brief enz.), waarom heeft de auteur hiervoor gekozen? Welke relaties zijn er tussen tekstsoort en doel?

Voor elke literaire tekst op de lijst kun je als docent nagaan welk AOE de interessantste vragen oproept. Het AOE Readers, writers and texts lijkt bij uitstek geschikt in het kader van literaire analyse. Het biedt volop mogelijkheden om de appreciation of the author’s choices aan de orde te stellen en na te gaan welke invloed die keuzes hebben op de reactie en betrokkenheid van de lezer.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie