Over de AOE’s (deel 2)

Time and space

In de blog van vorige week besprak ik hoe de drie AOE’s als het ware drie dimensies leveren om naar een tekst te kijken. Een strikte scheiding is er niet; de drie AOE’s vullen elkaar juist aan. In de blog van vandaag aandacht voor Time and space

In mijn eigen lespraktijk merk ik dat ik het AOE Readers, writers and texts, dat vorige week werd besproken, het liefst koppel aan teksten die ik in literair-analytisch opzicht interessant en leerzaam vind. Het AOE Time and space reserveer ik dan voor literaire werken die veel aanknopingspunten bieden met global issues en leerlingen uitdagen om de vertrouwde maatschappelijke normen los te laten en op een kritische en genuanceerde wijze te reflecteren op een andere tijd of cultuur.

Een literaire tekst kan de lezer een spiegel voorhouden en reflecteren op de eigen tijd en cultuur. En wanneer je de blik richt naar het verleden of naar een andere cultuur, kan de eigen culturele achtergrond de blik op de ander (ver)vormen. Bij het AOE Time and space kun je dit ter discussie stellen. Ik denk dat dit AOE zich er bij uitstek toe leent om de leerling uit te dagen zijn normen, waarden en oordelen te relativeren en te beseffen dat de manier waarop je kijkt (en dat wat je ziet!) niet los staat van de maatschappelijke context. Een illustratief voorbeeld waarmee je dit laatste voor de leerling aanschouwelijk kunt maken is de recente ophef over de kus waarmee Sneeuwwitje door de prins wordt gewekt (een vrouw ongevraagd kussen kán gewoon niet). Die discussie laat zien dat een eeuwenoud verhaal vanuit een ander maatschappelijk paradigma (de Me too-discussie zal zeker een rol spelen) opeens anders kan worden gelezen en andere associaties oproept.

Ik denk dat het AOE Time and space de juiste keuze kan zijn bij een historische tekst. Laat de leerling maar eens nadenken over dat publiek, dat niet kon lezen of schrijven en dat zich niet kon voorstellen dat er ooit tijden zouden aanbreken waarin openlijk werd getwijfeld aan het bestaan van God. Een publiek dat dacht in strikte tegenstellingen. Wat moest dat publiek met literatuur? Het is mooi om de leerling naar de Middeleeuwen te laten kijken, het liefst op zo’n overtuigende manier dat het omgekeerde ook lukt en hij met de ogen van de Middeleeuwer verwonderde vragen kan stellen over de wereld nu. Ook teksten in vertaling kunnen zich goed lenen voor een bespreking onder dit AOE. Hoe groter het contrast met de eigen cultuur, hoe groter de verwondering zal zijn en hoe gemakkelijker het is om vragen te stellen over die andere cultuur. Vragen die je vervolgens kunt terugkaatsen naar de leerling zelf.

Het Language A-curriculum heeft een sterke transculturele component. Ik denk dat hiermee bewust aansluiting wordt gezocht bij het IB mission statement, waarin gesproken wordt over “intercultural understanding and respect”. Het is dan ook geen toeval dat in het nieuwe curriculum de literatuur in vertaling een sterkere rol krijgt toebedeeld. Het AOE Readers, writers and texts nodigt ertoe uit om die culturele component te ontginnen.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie