Over de areas of exploration (AOE’s)

In het nieuwe IB-curriculum bestudeert de leerling negen literaire werken aan de hand van drie areas of exploration (AOE’s). Deze zijn niet vergelijkbaar met de vier Parts uit het oude programma, aangezien de AOE’s niet rechtstreeks zijn gekoppeld aan assessment components. In deze blog meer over de AOE’s. Hoe kan ermee worden gewerkt?

Het IB heeft voor Language A drie areas of exploration geformuleerd, namelijk:

  • Readers, writers and texts (RWT)
  • Time and space (TS)
  • Intertextuality: connecting texts (INT)

De IB-gids schrijft voor dat voor elke AOE minimaal twee teksten worden gelezen. Merk hierbij op dat elke tekst wordt gelezen in het kader van slechts één AOE. Het is dus niet de bedoeling dat elk literair werk wordt bestudeerd vanuit alle AOE’s.

Tijdens de Language A-workshops die ik bezocht, heerste er enige onrust onder de aanwezige docenten. Is zo’n AOE niet erg smal? Hoe kun je een literaire tekst wekenlang bestuderen vanuit het aspect ‘intertextuality’? En hoe leg je vervolgens de link tussen intertekstualiteit en een global issue (Individual Oral) of paper 2?

Hierbij wordt de derde AOE, Intertextuality: connecting texts, als de lastigste ervaren. Eenvoudig is het inderdaad niet, maar de IB-gids biedt hulp. Het begrip ‘intertextuality’ wordt ruim gedefinieerd. Enkele richtvragen die het IB bij dit AOE voorstelt: “How do conventions and systems of reference evolve over time?” En: “How can literary texts offer multiple perspectives of a single issue, topic of theme?”

Wie de AOE’s nauwgezet bekijkt, inclusief de richtvragen die het IB voorstelt, zal merken dat de drie AOE’s behoorlijk overlappen. Zo vermeldt de IB-gids bij Time and space de volgende richtvraag: “How does the meaning and impact of a literary text change over time?” En bij Readers, writers and texts wordt o.a. de vraag gegeven: “In what ways is meaning constructed, negotiated, expressed and interpreted?” Deze richtvragen hebben duidelijk raakvlakken met de vragen die een alinea eerder werden gegeven onder ‘intertextuality’.

Toen ik aan de slag ging met het ontwikkelen van lespakketten, merkte ik dat zo’n AOE een prettige focus biedt. En in de praktijk werkt die focus helemaal niet zo beperkend. Een voorbeeld: bij het samenstellen van lesmateriaal bij een literair werk waarvoor ik de AOE Intertextuality: connecting texts had gekozen, slopen automatisch aspecten uit Time and Space en Readers, writers and texts naar binnen. Immers, bij het leggen van verbanden tussen teksten gaat het automatisch om tijd en context, en er zal altijd een lezer zijn die de verwijzingen herkent, interpreteert en er betekenis aan toekent.

Ik werk graag met de AOE’s. De heldere focus en de richtvragen van het IB bieden een prettig handvat bij het bestuderen van een literaire tekst. Tegelijk zijn de vragen dusdanig breed geformuleerd, dat een AOE kan dienen als springplank naar allerlei andere aspecten van een tekst of naar de culturele context waarbinnen die tekst is ontstaan.

Pieter van der Vorm

Abonneren op de blog? Op deze plek verschijnt elke dinsdag een blog. Telkens over een aspect van het IB-onderwijs. Leest u de blog graag en wilt u hem automatisch ontvangen? Dat kan! U kunt zich abonneren door een mail te sturen naar pieter@vormtutoring.com. In dat geval ontvangt u de nieuwste blog elke dinsdag in uw mailbox.

Plaats een reactie