Over Hafid Bouazza

Afgelopen donderdag, op 29 april, overleed Hafid Bouazza. Hij was pas 51 jaar. We zullen hem missen: die rijkdom, die taal! Bouazza bezat een vlijmscherpe pen, hij brilleerde met woorden en schotelde een betoverde wereld voor. Hij was een van de grootste stilisten in het Nederlandse taalgebied. 

Gisteren, maandag 3 mei, las Abdelkader Benali een radiocolumn voor in het VPRO-programma OVT. In die column blikte hij terug op 1996, het jaar waarin hij en Bouazza debuteerden. Een jaar eerder was het debuut van Naima El Bezaz verschenen. Met El Bezaz, Bouazza en Benali betraden drie piepjonge schrijvers met een Marokkaanse achtergrond de bühne van de Nederlandse literatuur. De weg naar het noorden, Bruiloft aan zee en De voeten van Abdullah – het zijn vitale boeken waarin de Nederlandse en de Marokkaanse/Arabische cultuur samenvloeien. Recensenten vonden het prachtig. Al snel werden ze als een nieuwe stroming gezien: migrantenliteratuur. En zoals Benali schrijft: ‘we werden kapot geknuffeld’.

Van de schrijvers die tot de migrantenliteratuur werden gerekend (er zijn er meer, ook bijv. Mustafa Stitou en Khalid Boudou) was Hafid Bouazza degene die zich het meest uitgesproken keerde tegen de ‘migrantensoep’ – een term die De Volkskrant in 1996 gebruikte bij de bespreking van de nieuwe generatie auteurs. Bouazza zag zich niet als vertegenwoordiger van een groep en in Een beer in bontjas trekt hij dan ook fel van leer tegen de betiteling ‘Nederlandse Schrijver van Marokkaanse Afkomst met Nederlandse Nationaliteit’. Een beer in bontjas verscheen in 2001 als Boekenweekessay rond het thema ‘Schrijven tussen twee culturen’. Geldt dit laatste voor Bouazza? Niet echt. Bouazza weigert zijn creatieve werk te beschouwen als een multicultureel product en hij besluit zijn essay met een lofzang op de verbeelding en de ontworteling. Daarnaast, of vooral, is Een beer in bontjas een lofzang op de taal. Bouazza beschrijft zijn tienerjaren: een jongetje in Arkel, gebogen over het Woordenboek der Nederlandsche Taal, hij haalt versregels van Geerten Gossaert aan. Het is hilarisch, aandoenlijk, scherp.

Toegankelijk is Bouazza’s proza niet. Het is geen leesvoer voor een verveelde scholier en de ambitieuze leerling bijt er zijn tanden op stuk. Dat geldt voor de vroege verhalen (de absurde, vervreemdende passages) en zeker voor Paravion. Een schitterende roman, dat zeker, maar zo boordevol personages, ideeën, verwijzingen en knipogen, en in zo’n fonkelende, sensuele, exuberante taal, dat je als lezer naar adem moet happen.

In de zomer van 2020 overleed Naima El Bezaz; het was Abdelkader Benali die het nieuws van haar overlijden bekendmaakte. In de radiocolumn van gisteren sprak Benali een mooi, indringend eerbetoon uit voor Bouazza. Een hechte groep vormden de drie schrijvers niet, maar Benali gaf wel blijk van verbondenheid: ‘Dit is een tragische generatie.’

Wie de Wikipedia-pagina over Hafid Bouazza naslaat, leest dat Bouazza tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de migrantenliteratuur behoort. Bouazza schudt postuum zijn hoofd: was alle polemiek dan voor niets? Het zou een mooie hommage zijn om de kaarten anders te schudden en het werk van Bouazza niet te classificeren op basis van de migratie van zijn ouders maar uitsluitend aan de hand van zijn werk. Als je dat doet, kan Bouazza geschaard worden in de traditie van Gerard Reve en Jeroen Brouwers, auteurs die zichzelf dicht op de huid zitten en niet wars zijn van mystificaties. En bovenal begenadigde stilisten die het barokke niet schuwen. Bouazza doopte zijn pen in pek, hij kon zingen als een troubadour of zinnen bouwen als kathedralen.

Hafid Bouazza had met Gerard Reve en Jeroen Brouwers nog iets gemeen: de bij vlagen excessieve overgave aan de drank. Zijn alcoholverslaving was het thema in zijn laatste roman Meriswin uit 2014. Uiteindelijk is die hang naar de roes hem fataal geworden.

Welke plek Bouazza verdient in de literaire canon? Uiteindelijk is die positie in het veld natuurlijk bijzaak en gaat het om de teksten zelf, zijn literaire nalatenschap. Dat oeuvre is niet bijster groot (na het bejubelde Paravion uit 2003 volgden nog slechts twee romans) maar de kwaliteit is indrukwekkend. Bouazza schreef complexe boeken die je meerdere keren kunt ontdekken. Die liefde voor taal! Laten we zijn boeken vooral blijven lezen. Een glas wijn erbij (eentje). Proost! Leve de verbeelding!

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie