Over het May 2021 subject report (deel 1)

Deze week publiceerde het IBO het May 2021 subject report for Dutch A: Literature. Een belangrijk document, waarin de examinatoren verslag uitbrengen van hun ervaringen met het Individual Oral en paper 1. De komende weken zal ik in deze blog de bevindingen uit het subject report aan de orde stellen.

Het subject report gaat uitvoerig in op het Individual Oral (6 bladzijden) en iets minder op paper 1 (3 bladzijden). Dat is niet verwonderlijk: het IO is een geheel nieuw onderdeel. Ik denk dat er daarnaast nog een andere, praktische reden is voor de nadruk op het IO. De afgelopen examensessie volgde ruim 60 % van de IB-leerlingen de non-exam route; deze leerlingen legden geen schriftelijk examen af en werden uitsluitend beoordeeld op basis van hun IO en hun predicted grade.

Het eerste gedeelte van het subject rapport bevat enkele essentiële opmerkingen over de opzet van de cursus en de organisatie van het IO. Zoals deze: “Een grote groep leerlingen putte uit vooral dezelfde werken in weinig variërende combinaties (…). Deze versmalde keuzereikwijdte doet het nieuwe programma tekort; de opzet is immers zo dat het nieuwe programma juist flexibiliteit biedt en individueel geïnspireerde keuzes en ontwikkelingen benadrukt.” Deze opmerking trof me. Het nieuwe curriculum veronderstelt een stevig fundament van een zorgvuldig samengestelde literatuurlijst en een creatief portfolio. Blijkbaar is dit nog niet tot alle docenten doorgedrongen.

Het subject report formuleert voor het Individual Oral twee aanbevelingen:
1. Kies werken over de volle breedte van de leeslijst. Stimuleer eigen invalshoeken en interesses. Dit voorkomt herhaling en overlapping.
Als docent dien je op je hoede te zijn als twee leerlingen voor het IO dezelfde combinatie van teksten kiezen, zeker als ook het global issue overeenkomt. In een klassituatie is dit nog niet zo eenvoudig: sommige combinaties van twee teksten liggen nu eenmaal voor de hand, inclusief het verbindende global issue. Toch zul je als docent juist dan andere, verrassende combinaties moeten stimuleren.
2. Laat leerlingen een echt eigen issue kiezen en op basis van zelf geselecteerde, individuele fragmenten.
Hier klinkt een oproep tot een persoonlijk en creatief gebruik van het portfolio in door.

Ik kan die oproep alleen maar onderschrijven. Het zoeken naar een passend global issue heb ik ervaren als een moeizaam, tijdrovend maar ook zinvol proces. Ik heb met mijn leerlingen gewerkt met schema’s, semantische velden en telkens weer keerden we terug naar de fields of inquiry. Juist die zoektocht, waarbij leerlingen teksten moesten koppelen aan hun ideeën over de wereld, heb ik als een waardevol onderdeel van het programma ervaren.

De basis van het Language A-programma ligt in de geselecteerde literaire werken. Het subject report geeft aan dat die selectie nog niet altijd zorgvuldig gebeurt: “Over het algemeen kunnen we zeggen dat het nieuwe programma een goede, verfrissende vernieuwing in gelezen werken en gekozen invalshoeken biedt, mede natuurlijk met de vertaalde werken, al zijn duidelijk nog niet alle in het verleden veel gebruikte werken uit de gratie.”

Het subject report appelleert aan de docent om te streven naar flexibiliteit en persoonlijke inbreng. Uiteindelijk is het de leerling die de keuzes moet maken, niet de docent. Het lijkt daarom niet verstandig om boeken in paren aan te bieden (een vertaald werk en een niet vertaald werk rond hetzelfde global issue) omdat dat vaste combinaties met vergelijkbare global issues in de hand werkt. Het subject report roept docenten op “voortaan meer reikwijdte en keuzebreedte te waarborgen om ervoor te zorgen dat ‘students should select their own oral topics (p.58 LG).” Het is prettig om te weten dat de examinatoren dichtbij de IB guide blijven en veel belang hechten aan de persoonlijke invulling en reflectie die het nieuwe curriculum in het middelpunt stelt.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie