Over het May 2021 subject report (slot)

Twee weken na het subject report voor Dutch A: Literature verscheen het subject report voor Dutch A: Language and literature. Vandaag aandacht hiervoor – en daarmee wordt de reeks over het May 2021 subject report afgerond.

Wie had gehoopt dat het SR voor Dutch A: Language and literature even helder en gedetailleerd zou zijn als dat voor Dutch A: Literature zal teleurgesteld zijn. Het SR voor LangLit is veel beknopter en laat diverse lastige kwesties onbesproken. Pluspunt is wel dat het Higher level essay wordt besproken (in het SR voor Literature bleef dit achterwege, vermoedelijk omdat Dutch A: Literature veel minder vaak op HL wordt gevolgd).

Het Individual Oral van de cursus Language and literature is gebaseerd op één literair werk en een body of works (BOW). Dit format is nieuw en de vragen die docenten hierbij hebben liggen voor de hand. Wat is een geschikt BOW? Wat is een geschikt global issue? Wat betreft de niet-literaire tekst: dient de focus vooral te liggen op close reading van het fragment of op het bespreken van het gehele BOW? Dergelijke vragen worden in het SR niet afdoende beantwoord. Waar de examinatoren in het SR spreken over ‘het fragment’ (bijv. ‘de keuze van het fragment en van de BOW’) is vaak niet duidelijk of verwezen wordt naar het literaire fragment of naar de niet-literaire tekst, die immers een fragment is van een groter geheel (het BOW). Voor docenten die worstelen met het BOW was het prettig geweest als het subject report meer helderheid en voorbeelden had geboden. Een gemiste kans, denk ik.

Dit neemt niet weg dat het SR een aantal relevante opmerkingen bevat. Bijvoorbeeld deze: “De meeste kandidaten kozen een geschikte GI maar velen slaagden er niet in die correct en gevat onder woorden te brengen. Sterke leerlingen formuleerden hun GI duidelijk, goed afgebakend maar zonder een beperking in ruimte en tijd die afbreuk zou doen aan het universeel karakter ervan.“ En in de aanbevelingen wordt gepleit om de leerlingen de vereisten bij te brengen van “een goed geformuleerde GI“. Een terechte opmerking, denk ik. Ik heb gemerkt dat leerlingen het inderdaad erg lastig vinden om een global issue helder te formuleren, het liefst op zo’n manier dat het GI verbonden is met een onderzoeksvraag die hen in staat stelt om hun kennis van tekstsoorten en hun vaardigheden in analyse en interpretatie te etaleren.

In het subject report voor Dutch A: Language and literature wijzen de examinatoren meerdere keren, bij diverse assessments, op het belang van beoordelingscriterium B, de aandacht voor de authorial choices. Leerlingen dienen vertrouwd te zijn met analytische vaardigheden, de conventies van diverse tekstgenres etc. Ook dit is iets wat ik uit mijn eigen lespraktijk maar al te goed herken: leerlingen hebben de neiging om een tekst vooral op het niveau van de inhoud (het onderwerp, het verhaalniveau) te lezen. Hier ligt een taak voor de docent: of het nu gaat om het HL essay, het IO of de schriftelijke papers, leerlingen moeten worden aangemoedigd om te vertrekken vanuit tekstuele analyse, close reading en de literaire/talige middelen die de auteur inzet.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie