Over het portfolio

Het nieuwe schooljaar staat voor de deur, en voor docenten met DP1-leerlingen gaat dit gepaard met de start van een splinternieuw IB-curriculum voor Language A. Eén van de veranderingen betreft de invoering van het portfolio. Wat behelst het portfolio en hoe kan ermee worden gewerkt?

De IB-gids beschrijft het zo: “The learner portfolio is a central element of the Language A: literature course and is mandatory for all students. It is an individual collection of student work compiled during the two years of the course.” Deze kernachtige formulering biedt enig houvast, maar tijdens de Language A-workshops die ik in mei en juni bijwoonde, bleek niettemin dat het portfolio bij docenten veel vragen oproept.

Die vragen met betrekking tot het portfolio zijn vooral terug te voeren op twee dingen:

  • Het portfolio dient als basis voor alle assessments, maar het wordt zelf niet beoordeeld. De leerling krijgt er geen cijfer voor.
  • De IB-gids biedt niet of nauwelijks richtlijnen voor het format, de omvang en de inhoud van het portfolio. Duidelijk is dat de leerling in het portfolio dient te reflecteren op de gelezen teksten en verbanden dient te leggen tussen de teksten, onder andere aan de hand van de drie area’s of exploration, maar bij de concrete invulling hebben de docent en de leerling veel vrijheid. Zelfs de wijze waarop het portfolio bijgehouden dient te worden (elektronisch of als hard copy) is niet vastgelegd.

Die grote mate van vrijheid bij het inrichten en bijhouden van het portfolio heeft echter iets bedrieglijks. Want als het portfolio fungeert als centraal element van de cursus en ideeën moet aanreiken voor alle assessment components, dient het aan bepaalde maatstaven te voldoen. Het is zinvol als de docent het portfolio van de leerling volgt en er feedback op levert. Maar feedback, met voorstellen voor verbetering, veronderstelt dat er bepaalde verwachtingen zijn waaraan een goed portfolio dient te voldoen.

Het lijkt niet verstandig de leerling alle vrijheid te bieden voor de structuur en inhoud van het portfolio. In dat geval is het moeilijk de leerling te overtuigen van het belang van het portfolio – want waarom zou die zich inzetten als sowieso alles OK is? Bovendien vrees ik dat een heel vrij portfolio vooral een heel zwak portfolio zal worden, waar de leerling bij de voorbereiding van het mondeling examen, paper 1 en paper 2 niet zo veel aan heeft. 

Hier dient zich een paradox aan: ik denk dat de vrijheid die het IB beoogt veel structuur vereist, die de docent zal moeten bieden. Leerlingen hebben die structuur broodnodig om hun ideeën te ordenen, zinvolle verbanden te leggen en hun inzicht in teksten, contexten en de wijze van communicatie te vergroten. Om het toe te lichten met een metafoor: een literaire tekst met bijbehorend lesmateriaal stuurt de leerling op reis. Natuurlijk kun je de leerling simpelweg een rugzak omhangen en het bos insturen (‘je zoekt zelf maar uit wat hier te beleven valt!’), maar de meeste leerlingen hebben nauwelijks ervaring met het lezen van literaire teksten en zullen veel meer zien en ontdekken middels een geplande, zorgvuldig uitgestippelde route.

Kortom: hier is een taak weggelegd voor de docent. Het portfolio zal het meest opleveren als de leerling duidelijke aanwijzingen krijgt, binnen een vaste structuur. Het lesmateriaal kan hierbij houvast bieden door de leerling in contact te brengen met tekstkenmerken en ideeën (bijv. met betrekking tot context en/of communicatie), die hem of haar vervolgens kunnen stimuleren om zélf op onderzoek uit te gaan. Gaat dergelijke sturing niet ten koste van de vrijheid die het IB voorstaat? Dat denk ik niet, integendeel! Die vrijheid ligt immers niet in het idee dat ‘alles mag’, maar in het ontwikkelen van eigen ideeën, een persoonlijke visie, waarbij we terug zijn bij de eerder geschetste paradox.

De lespraktijk zal de komende jaren uitwijzen hoe het portfolio het best kan worden ingezet, waarbij ik denk dat het vooral voor docenten in een klassituatie een uitdaging zal zijn een passende en werkbare vorm te vinden. In het geval dat een leerling individueel wordt begeleid (bijv. bij self-taught), lijkt de invoering van het portfolio geen revolutie in te luiden. Het portfolio is dan vooral te beschouwen als een handige tool, die leerlingen ertoe aanzet teksten en opdrachten zorgvuldig te archiveren, waarbij elke tekst bovendien verbonden wordt met een context van andere teksten, de eigen of andere cultuur en de persoonlijke leeservaring van de leerling. 

Tot slot een portfolio-idee: de collage. Geef de leerling na het lezen en bespreken van een literaire tekst een groot blad papier, formaat A1. Hierop kan hij of zij indrukken en ideeën bij de tekst op een visuele wijze samenvatten, door foto’s te plakken, te tekenen, namen en steekwoorden te noteren, korte teksten te schrijven, enzovoort. Zeker voor artistiek ingestelde leerlingen kan dit een leuke manier zijn om op een tekst te reflecteren!

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie