Over Language A en TOK

Op blz. 8 van de IB guide staat een paragraaf over de relatie tussen Studies in language and literature en Theory of knowledge (TOK). Dit laatste vak is een verplicht onderdeel van het IB-curriculum en brengt o.a. de beginselen bij van wetenschappelijk werken. Die paragraaf op blz. 8 zie je als docent gemakkelijk over het hoofd – is het wel zo relevant? Besteed je in de cursus niet vanzelf al aandacht aan vragen over de status van kennis?

Het relevante gedeelte in de IB-gids begint zo: “The theory of knowledge (TOK) course engages students in reflection on the nature of knowledge and on how it is constructed and represented. Studies in language and literature similarly engages students in an exploration of the nature of the human experience and of the ways in which personal views are constructed and communicated.” En even later wordt opgemerkt: “students develop a stronger sense of their own individual viewpoints, such a their position in time and place.”

Bekend is het IB Diploma Programma gepresenteerd als hexagon. De zes groepen vormen een kring (‘de bloemblaadjes’), het hart wordt gevormd door het Extended essay, TOK en CAS. Op die manier is elke groep (elk vak dat de leerling volgt) verbonden met TOK. En ik denk dat de relatie tussen TOK en Language A een sterke kan zijn.

Met het nieuwe curriculum voor Language A (first exams 2021), is het begrip global issues ingevoerd. De literaire werken staan niet op zichzelf maar worden verbonden met cultuur en maatschappij. Literaire analyse is één van de doelen (en wordt getoetst in paper 1), maar tegelijk is analyse een middel om scherper te kijken naar de wereld om ons heen. Binnen die opzet gaat het om feiten en meningen, en om argumenten om meningen te staven.

Om een voorbeeld te geven: in een paper 1 werd ooit een fragment uit de roman Hersenschimmen van Bernlef gepresenteerd. In dat fragment is de ik-figuur aan het woord, een man die lijdt aan Alzheimer. Op een gegeven moment zegt hij dat hij moet gaan werken, rapporten doornemen. Dat is vreemd: kan iemand die zo dement is nog wel werken? De leerling die de tekst analyseert, dient nauwkeurig te lezen én na te denken over de bron van de informatie. Die bron is in dit geval de demente man zelf. Is die informatie dan eigenlijk wel betrouwbaar?

Goed omgaan met feiten, meningen en bronnen is uiteraard van belang om met een scherpe blik naar de wereld te kijken en een genuanceerde discussie te kunnen voeren. Dat geldt voor literaire teksten, maar ook bijv. voor een debat over corona-maatregelen. Het is prettig als de partners in de discussie dan het onderscheid kunnen maken tussen de uitkomsten van een wetenschappelijke studie en een persoonlijke mening.

Wanneer de IB-gids Language A linkt aan TOK vat ik dat op als een aanmoediging om bij het uitwerken van de cursus nadrukkelijk aandacht te besteden aan argumentatie. Want dát is een vaardigheid die leerlingen nog vaak nodig zullen hebben.

Om af te sluiten twee strofen van Annie M.G. Schmidt uit Het schaap Veronica (regels die tijdens het schrijven van deze blog door mijn hoofd zongen). De dominee heeft Veronica een sprookje voorgelezen. Dan staat er:

Hi, zei het schaap Veronica, hoe kan dat nou gebeuren…
Zo’n geitje kan niet in de klok, al is het nog zo klein.
‘t Is welles, zei de dominee, zit u toch niet te zeuren,
zo’n hele grote Friese klok, zo iets zal het wel zijn.

Nou, zei het schaap Veronica, ik ken toevallig geiten,
maar ‘k heb er toch nog nooit een met een Friese klok ontmoet.
Wat drommel! riep de dominee, hier heb ik toch de feiten!
Eh, zei het schaap Veronica, de feiten zijn niet goed.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie