Over originaliteit

De laatste tijd zit ik regelmatig met het begrip ‘originaliteit’ in mijn hoofd. Een sleutelwoord bij de invulling van een Language A-programma, denk ik. In het May 2021 subject report for Dutch A: Literature merken de examinatoren op dat er veel dezelfde werken worden gelezen. Ze pleiten voor meer variatie, want “de opzet is immers zo dat het nieuwe programma juist flexibiliteit biedt en individueel geïnspireerde keuzes en ontwikkelingen benadrukt”.

Bij de versmalde keuzereikwijdte (mooie uitdrukking!) die de examinatoren signaleren, kun je opmerken dat veelgelezen romans als De aanslag van Harry Mulisch, Oeroeg van Hella Haasse of Tirza van Arnon Grunberg weliswaar vertrouwd zijn voor de examinator maar niet voor de leerling. Voor de leerling zijn die boeken nieuw, dus waarom dan niet? Het probleem zit hem denk ik niet in de literaire werken op zich maar in het ontbreken van nieuwe ideeën. Want ik stel me een IO met De aanslag voor, en je kunt er vergif op innemen dat het wéér zal gaan over schuld, het motief van de dobbelsteen, enzovoort. Reflecteert dat de individuele leeservaring van de leerling? Nee. Dat de leerling z’n leraar kan napraten of een leesverslag kan googelen, gelooft de examinator wel. Daar is het IO niet voor bedoeld.

Wanneer je leerlingen begeleidt bij het lezen en bestuderen van literaire teksten, zijn er drie stappen, denk ik. Bij stap 1 gaat het om testbegrip. Heeft de leerling het verhaal begrepen? Heeft hij/zij ook de meer verborgen lagen opgemerkt? Stap 2 betreft de literaire analyse. Ziet de leerling wat het perspectief doet met de betekenis van de tekst? Welke opvallende keuzes heeft de auteur gemaakt? Kan de leerling zinvol spreken over motieven in relatie tot de thematiek? In stap 3, ten slotte, kan de leerling zijn tekstbegrip en analytische vaardigheden inzetten voor een visie op de tekst, een interpretatie waarin de persoonlijke leeservaring is verwerkt.

In het nieuwe curriculum wordt gebruik gemaakt van een portfolio. Dat portfolio biedt een uitgelezen kans om de leerling op teksten te laten reflecteren, op onderzoek uit te sturen en zelfstandig verbanden te laten leggen tussen de teksten die hij of zij leest.

Via een omweg kom ik zo bij het onderwerp van deze blog: originaliteit. Want als het portfolio het hart vormt van het Language A-programma, dan zal de examinator juist de stem van dat portfolio willen horen. En die stem dient geen verslag te zijn van een google-sessie, geen echo van een Tekst in Context-deeltje en evenmin een diepzinnig betoog dat overduidelijk door een ander (de docent?) is ingefluisterd.

Originaliteit, hoe kweek je dat? Als je de leerling op reis wilt sturen, wilt laten ontdekken, helpt het om als docent nieuwsgierig te zijn. En als je de leerling vragen wilt laten stellen, kun je het goede voorbeeld geven door zelf ook kritisch te zijn bij de keuze van de literaire werken. Misschien is het vierenzeventig jaar oude Oeroeg sowieso geen héél spannend verhaal voor leerlingen anno 2022, en áls je de tekst al op de lijst zet, máák er dan wat van… Druk het hoofdpersonage een mobieltje in zijn hand, laat Oeroeg meelopen in een Black Lives Matter-demonstratie, zorg ervoor dat Oeroeg geen statisch verhaal is over het koloniale verleden maar een dynamische tekst die de leerling confronteert met ideeën die relevant voor hem zijn. Herkenning is broodnodig om de tekst te kunnen plaatsen in zijn tijd en context, om verbanden te leggen en actief met het verhaal aan de slag te gaan.

In de analytische en reflectieve opdrachten bij de teksten kun je inventief zijn. Wanneer je originaliteit wilt aanmoedigen, helpt het om geen goed-fout-vragen aan te bieden. Met zulke opdrachten (‘één antwoord is goed’) wordt de leerling ingeperkt: hij kan zijn ideeën dan niet de vrije loop laten, hij kan niet de breedte zoeken maar duikt in plaats daarvan de smalle trechter naar het antwoord in. Out of the box-denken train je niet door wegwijzers te plaatsen bij een vastgelegde route naar… the box.

Op de literatuurlijsten die ik onder ogen krijg, zijn romans van witte mannen vaak oververtegenwoordigd. En OK, ik snap dat de Nederlandse literatuur lang gedomineerd werd door witte mannen (de Grote Drie, enz.), maar die rijtjes uit de jaren tachtig zijn niet voor de eeuwigheid. Het is 2022. De multiculturele samenleving doet ertoe, BLM is actueel en het Language A-programma schreeuwt erom andere perspectieven te verkennen.

Ik denk dat je in het Language A-programma een literaire tekst moet zien als een avontuur; het bespreken van de tekst is een ontdekkingsreis. Hierboven noemde ik de examinator. Want ja, natuurlijk, het cijfer doet ertoe. Maar dat is het niet alleen, want na hun IB zullen leerlingen aan een vervolgopleiding beginnen. Kritisch denken is daarbij een cruciale vaardigheid. Ik denk dat een cursus Dutch A een leerling héél veel nuttige bagage kan meegeven.

De originaliteit begint bij de docent, bij het vullen van de koffer. In die koffer past meer dan een set handdoeken, een tandenborstel en een paar sokken. Literatuur heeft te maken met verwondering. Die verwondering begint bij het openen van de koffer.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie