Over poëzie-analyse (deel 4: lesgeven over gedichten)

In de laatste drie blogs ging het om gedichten. Vandaag wordt de reeks afgesloten met een blog over ‘poëzie in de les’. Hoe bespreek je gedichten met leerlingen? Hoe bereid je je voor? Gedichten zijn nu eenmaal niet gemakkelijk – niet voor de leerling maar evenmin voor de docent.

Het is van belang dat je je als docent zeker voelt en overzicht hebt over de stof. Het benodigde gereedschap voor de analyse van een gedicht is deels te vinden in de theorie en terminologie: de soorten beeldspraak, de functie van een enjambement enz. Ik vind Literair mechaniek van Erica van Boven en Gilles Dorleijn een prima handboek, waarin de theorie overzichtelijk wordt uitgelegd aan de hand van allerlei voorbeelden.

Die theoretische achtergrond is onmisbaar, maar niet zaligmakend. Het interpreteren van een gedicht is een vaardigheid die je vooral leert in de praktijk. Het helpt om regelmatig gedichten te lezen en om recensies te volgen in kranten en tijdschriften. Ik heb zelf veel geleerd van de poëziebesprekingen van Gerrit Komrij en de essaybundel Het geheim van het vermoorde geneuzel van Ilja Leonard Pfeijffer. Een toegankelijke, enthousiasmerende inleiding in het lezen van gedichten is Olijven moet je leren lezen van Ellen Deckwitz.

Als docent zul je doorgaans vragen houden bij een gedicht, hoe gedegen je voorbereiding ook is. Dit kan je aan het twijfelen brengen. (“Hoe kan ik dit gedicht met mijn leerlingen bespreken als ik het zelf niet snap?”) Maar als je vertrekt vanuit een vragende houding hoeft dat geen probleem te zijn. Je kunt de vragen die je hebt thematiseren en met de leerlingen op zoek naar antwoorden, op basis van de tekst.

Bij de analyse van een gedicht gaat het om nauwkeurig lezen. Dat is een vaardigheid die niet mag worden onderschat – leerlingen hebben daar moeite mee. Daarnaast kun je aan de hand van gedichten wijzen op het esthetische element of op het speelse, creatieve aspect van taal. Redenen te over om in de les aandacht te besteden aan gedichten!

In het IB-programma Dutch A: Literature is het analyseren van poëzie geen verplicht onderdeel, al is het wel raadzaam om poëzie te bespreken ter voorbereiding op paper 1. Een relevant punt dat ik hierboven nog niet heb genoemd: poëzie is bij uitstek geschikt om te wijzen op de authorial choices. En oog hebben voor die authorial choices is één van de kerndoelen van het programma.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie