Over schilderkunst en muziek

In het Language A-programma gaat het uiteraard om de analyse van literaire teksten. Maar tegelijk zie ik het graag breder, als een cursus die leerlingen niet alleen nauwkeurig leert lezen maar ze ook aanmoedigt om aan de hand van kunst te reflecteren over de wereld en over zichzelf. En uitstapjes naar schilderkunst of muziek lenen zich daar uitstekend voor!

In een eerdere blog merkte ik op dat de jongeren van nu, in vergelijking met pakweg twintig jaar geleden, sterk in een beeldcultuur leven. Instagram draagt daaraan bij, of is daar misschien juist het gevolg van. Het is geen slecht idee om hier in het onderwijs bij aan te sluiten. Er is misschien niet eens zo’n groot verschil tussen het goed kijken naar een afbeelding en het nauwkeurig lezen van een tekst.

Een voorbeeldje uit de praktijk. Als ik een tekst uit de late Middeleeuwen bespreek, maak ik graag gebruik van het schilderij ‘De strijd tussen carnaval en vasten’ van Pieter Bruegel. De tegenstellingen die de periode rond 1500 tekenden, tussen het goede (God, Maria) en het slechte (de duivel), kun je met dit schilderij illustreren en letterlijk aanschouwelijk maken: links het vertier, rechts de kerk. Of, een ander voorbeeld: bij de bespreking van Bezette stad van Paul van Ostaijen maak ik een uitstapje naar modernistische schilders als Mondriaan en Picasso omdat daarmee helderder wordt wat Van Ostaijen beoogt en hoe hij zijn materiaal (woorden, klanken) wil laten spreken. Sommige gedichten uit Bezette stad kun je goed muzikaal verbeelden, bijv. het bekende ‘Boem paukeslag’. Zo kan een leerling het gedicht op muzikale wijze voordragen, wat een leuke vorm is om te wijzen op de effecten van ritme en klank.

Ik denk dat het Language A-curriculum volop ruimte om over de grenzen van de literatuur te kijken. Ook in het kader van het AOE Intertextuality. Want om aan te sluiten bij mijn blog van vorige week: wanneer je een literaire tekst in een traditie plaatst, kan het een eye-opener zijn om die traditie ook in andere kunstrichtingen te herkennen en te zien dat een tekst niet op zichzelf staat maar exponent is van de ideeën van de tijd.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie