Over spelling

Spelling is één van de pijlers van het moedertaalonderwijs. Ook in het IB wordt de leerling op spelling beoordeeld. Hoewel – zó zwaar telt het niet mee…

In het traditionele taalonderwijs lag de focus op de formele aspecten van taal, met name spelling en grammatica. Moest het onderwijs zich hiertoe beperken? Multatuli (gisteren 200 jaar geleden geboren!) had er zijn bedenkingen bij, getuige de befaamde regels: “Ik leg mij toe op ‘t schrijven van levend hollandsch. Maar ik heb schoolgegaan.” Het valt niet te ontkennen dat die aandacht voor vorm effect sorteerde (mijn grootouders waren zelden of nooit te betrappen op een d/t-fout), maar taal is uiteraard méér. Vooral sinds de jaren zestig is er in het taalonderwijs meer aandacht gekomen voor functionele aspecten: betekenis toekennen, communicatie, interactie.

IB-leerlingen worden getoetst op de inhoud (kennis, inzicht) en structuur van een tekst; daarnaast is taalvaardigheid een cruciaal punt, waarbij het gaat om diverse aspecten: woordenschat, interpunctie, gebruik van signaalwoorden, enz.

En hoe zit het met spelling? Laten we een blik werpen op de beoordelingscriteria in het Language A-programma. Om bij een paper 1 of paper 2 het maximum aantal punten te behalen voor ‘Language’ moet de IB-leerling aan het volgende voldoen: “Language is very clear, effective, carefully chosen and precise, with a high degree of accuracy in grammar, vocabulary and sentence construction; register and style are effective and appropriate to the task.” Merk op dat het woord ‘spelling’ hier niet in voorkomt, al valt aan te nemen dat er bij ‘precise’ en ‘grammar’ wel naar wordt gekeken. Maar veel is het niet. Voeg hieraan toe dat ‘Language’ slechts één van de vier beoordelingscriteria is, en dat spelling uiteraard alleen van belang is bij de schriftelijke onderdelen, en het moge duidelijk zijn dat spelling een bescheiden rol speelt voor het eindresultaat.

Toch zijn er goede redenen om wél aandacht aan spelling te besteden. Allereerst staat een overmaat aan spelfouten vaak niet op zichzelf. Wanneer de spelling verbetert liften andere onderdelen van de taalvaardigheid hier vaak op mee. Bovendien kan spelling in de praktijk wel eens zwaarder meetellen dan je volgens de rubric scores zou verwachten. Een tekst vol spelfouten kan een lage beoordeling krijgen voor ‘Language’ maar óók voor andere criteria, omdat de examinator dan een minder sterke indruk van de leerling krijgt. 

Of je met een leerling expliciet aandacht aan spelling besteedt of niet, hangt uiteraard ook af van het soort fouten dat de leerling maakt en hoeveel tijd het zal kosten om het aantal fouten te reduceren. Is hier voldoende ruimte voor in het programma? Gaat het om fouten in het schrijven van enkele en dubbele klinkers? Werkwoordspelling? Of? Je zult de leerling hierbij individueel moeten begeleiden.

Dus tóch aandacht voor spelling? Ja, als het even kan wel! En nog iets: veel leerlingen volgen Dutch A omdat ze in Nederland willen studeren. Ze zullen dan soms teksten (bijv. e-mails) in het Nederlands moeten schrijven. Om de leerling hier zo goed mogelijk op voor te bereiden, is het zinvol om aandacht te besteden aan woordenschat, de conventies van diverse tekstsoorten en zeker ook: verzorgd taalgebruik.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie