Over Vlaanderen

Om met een open deur te beginnen: Nederlands wordt gesproken in Nederland maar ook in België, Suriname en de Antillen. Wat lezen leerlingen zoal? Ik heb geen cijfers tot mijn beschikking maar ik ben ervan overtuigd dat teksten uit Nederland oververtegenwoordigd zijn op IB-leeslijsten. Wat speelt zich af ten zuiden van Roosendaal?

In het nieuwe curriculum ligt er een sterke nadruk op de culturele component, wat o.a. tot uiting komt in het grotere aandeel aan literatuur in vertaling. In dit opzicht kan het een goed idee zijn om literatuur uit Nederland én Vlaanderen in het programma op te nemen. Culturele verschillen zijn er uiteraard, en die hebben hun weerslag op de literatuur. Kees Fens hield er eens een lezing over onder de fraaie titel ‘Bloedworst en kaas’.

Voor wie vindt dat Vlaanderen sowieso op de lijst vertegenwoordigd dient te zijn, heeft het nieuwe curriculum goed én slecht nieuws. Het goede nieuws is dat de PRL een betere en bredere selectie biedt dan de oude PLA. Een roman van Tom Lanoye of Saskia De Coster? Jawel, het mag! De lijst bevat behoorlijk wat jonge, actieve auteurs, o.a. Stefan Brijs, Griet Op De Beeck, Elvis Peeters, Peter Terrin en Lize Spit. Wie op zoek is naar een boeiende tekst voor non-fictie, kan terecht bij David van Reybrouck of Mark Schaevers. Ik ben blij met Leo Pleysier en Eric de Kuyper op de lijst, als auteurs van mooie, originele, toegankelijke teksten. Met Judith Vanistendael is het mogelijk een graphic novel te kiezen. Kortom: de PRL biedt veel ruimte voor spannende keuzes.

Het slechte nieuws? De verplichting om Nederlandstalige teksten uit minimaal twee regio’s op te nemen is vervallen. De eis ‘drie landen’ (op niveau SL) zal in het nieuwe curriculum probleemloos worden gehaald, want ook teksten in vertaling tellen hierbij mee. Dit zou er best eens toe kunnen leiden dat er in de praktijk nog minder literatuur uit Vlaanderen op IB-leeslijsten zal worden opgenomen.

Ik denk dat er wel wat te zeggen valt voor de keuze van het IB om de verplichte tweede regio in het eigen taalgebied te schrappen. Immers, het aantal Nederlandstalige teksten is teruggebracht tot vier à (maximaal) zes. Hierbinnen zul je variatie willen aanbrengen in periodes, genres, AOE’s, mogelijkheden voor global issues, enz. De puzzel is al complex genoeg… Bovendien kun je je als docent afvragen waarom je met Nederlandse leerlingen, die soms maar heel weinig affiniteit hebben met hun moederland, per se teksten uit Vlaanderen zou moeten lezen.

Winst is dat de PRL een mooie, brede selectie biedt van auteurs uit Vlaanderen. De lijst is goed geactualiseerd: het proza van Jos Vandeloo is van de lijst verdwenen, om plaats te maken voor jongere, relevantere auteurs. De ‘tweede regio’ is geen verplichting meer, maar de selectie die er nu ligt nodigt er wel toe uit om over de grens te kijken en een auteur uit Vlaanderen te selecteren.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie