Over de vier genres. Deel 2: toneel

In het programma Language A: Literature (SL) leest de leerling negen literaire teksten van (minimaal) drie verschillende genres. Momenteel wijdt de blog een vierluik aan de vier genres: poëzie, toneel, non-fictie, proza. Vandaag deel 2: toneel.

Het genre toneel prijkt lang niet op elke boekenlijst. Daar zijn diverse redenen voor. Een eerste reden is dat de PLA de afgelopen jaren weinig flexibel was en voorbijging aan heel wat hedendaagse toneelauteurs. Toneel van bijv. Tom Lanoye, Esther Gerritsen, Gerardjan Rijnders of Maria Goos was niet op de lijst opgenomen en daardoor niet toegestaan. Een ander praktisch punt is dat de teksten vaak niet of moeilijk leverbaar zijn. Daar komt bij dat je een toneelstuk eigenlijk moet zien, in het theater. Áls er al toneel werd gekozen, dan vaak als historische tekst.

Dit laatste is niet onlogisch. In de Middeleeuwen en Renaissance was toneel, naast poëzie, hét literaire genre. Denk maar aan Elckerlijc, Mariken van Nieumeghen of Warenar. In de reeks ‘Tekst in context’ zijn diverse toneelteksten opgenomen, met mooie toelichtingen en afgestemd op leerlingen in het voortgezet onderwijs. Bruikbare uitgaven! Zo’n historische toneeltekst biedt alle gelegenheid om te wijzen op de mondelinge traditie, het didactische of moraliserende karakter van teksten en het functioneren van literatuur door de eeuwen heen. Dergelijke onderwerpen passen uitstekend binnen het IB-programma.

De nieuwe Prescribed Reading List biedt gelukkig meer mogelijkheden om ook modern Nederlandstalig toneel op te nemen. De toneelauteurs die in de tweede alinea werden genoemd, zijn nu allemaal toegestaan. Zeker voor leerlingen die het vak ‘Drama’ in hun pakket hebben, kan dit interessante mogelijkheden bieden. Want interessant is het zeker, ook vanuit het oogpunt van de literaire analyse. Immers, in een toneeltekst is er geen vertelinstantie. Alle tekst wordt rechtstreeks door de personages uitgesproken, elke handeling wordt uitgebeeld.

Of het ‘examentechnisch’ relevant is? Toneelteksten zijn vaak kritisch en geven blijk van maatschappelijk engagement. In die gevallen biedt de tekst zeker mogelijkheden voor het Individual Oral of paper 2. De kans op een toneeltekst bij paper 1 lijkt me klein, al is het niet uitgesloten.

Het nieuwe curriculum biedt meer vrijheid. Modern Nederlandstalig toneel is een serieuze optie geworden. Of je er als docent voor moet kiezen? Hangt ervan af. Als de leerling belangstelling heeft voor theater, is het een overweging waard.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie