Over de vier genres. Deel 3: non-fictie

In het programma Language A: Literature (SL) leest de leerling negen literaire teksten van (minimaal) drie verschillende genres. Momenteel wijdt de blog een vierluik aan de vier genres: poëzie, toneel, non-fictie, proza. Vandaag deel 3: non-fictie.

Literaire non-fictie is in de boekhandel populair. Geert Mak, Frank Westerman, Joris Luyendijk en Paulien Cornelisse (om maar een paar namen te noemen) zijn gevestigde bestsellerauteurs, en de laatste tijd zijn er enkele jonge auteurs bijgekomen, o.a. Rutger Bregman. Die populariteit is een teken aan de wand: er is een publiek voor.

Behoren ook IB-leerlingen tot dat publiek? Er zijn minstens twee goede redenen te bedenken om non-fictie op te nemen op de lijst. Allereerst: veel leerlingen houden van ‘waargebeurde boeken’. Een tweede reden ligt in de voorbereiding op een academische studie. Na hun IB zullen leerlingen studieboeken moeten lezen, soms in het Nederlands. Met het lezen van non-fictie doet de leerling ervaring op in het kritisch lezen van een zakelijke tekst.

Onder literaire non-fictie vallen heel diverse tekstsoorten: essays, columns, dagboeken, populair-wetenschappelijke boeken, enz. Het is daarom niet goed mogelijk ‘het genre’ in zijn algemeenheid te bespreken. Wel is het mogelijk (en heel zinvol) om aan de hand van een non-fictieve tekst de relatie tussen auteur, lezer en wereld ter discussie te stellen: wat is het doel van de auteur en welke middelen gebruikt hij/zij om dit doel te bereiken?

Voor mijn gevoel is non-fictie het genre dat het meest kan profiteren van het nieuwe curriculum. De PRL reikt interessante auteurs aan, en voor leerlingen die het vak op de school zelf volgen (taught) kan eventueel de ‘free choice’ worden ingezet. Het genre biedt uitstekende mogelijkheden voor het Individual Oral en paper 2. Non-fictie lijkt bij uitstek geschikt om een global issue aan de orde te stellen. Voor het Individual Oral kan bijv. een fragment uit een non-fictieve tekst worden gecombineerd met een fragment uit een toneelstuk of roman. Dit kan een interessante combi opleveren!

Met het nieuwe curriculum schuift ‘Literature’ op in de richting van ‘Lang & Lit’, wat o.a. tot uiting komt in één paper 2 voor beide cursussen. Dit kan ertoe aanmoedigen om in Language A: Literature ruimte in te bouwen voor non-fictie. Met alle goede non-fictie die er verschijnt, mag het geen probleem zijn teksten te vinden over onderwerpen die aan de ene kant aansluiten bij de interesse van de leerlingen en anderzijds mogelijkheden bieden voor een zinvolle vergelijking met fictieve teksten.

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie