Over de vier genres. Deel 4: proza

In het programma Language A: Literature (SL) leest de leerling negen literaire teksten van (minimaal) drie verschillende genres. Momenteel wijdt de blog een vierluik aan de vier genres: poëzie, toneel, non-fictie, proza. Vandaag het laatste deel: proza.

Proza is ongetwijfeld het meest gelezen genre. De afgelopen jaren was daar ook alle reden toe. Part 3 was gericht op één genre en de overgrote meerderheid van de leerlingen koos voor ‘Roman en novelle’. Bovendien werd het Written Assignment vaak geschreven aan de hand van een roman in vertaling. Voeg daaraan toe dat proza vaak óók was opgenomen in de selectie teksten voor Part 2 en Part 4, en het mag duidelijk zijn dat het aandeel aan romans op de gemiddelde boekenlijst groot was.

In het nieuwe curriculum lijkt er minder reden om zoveel aandacht aan proza te besteden. Immers, paper 2 is niet langer gericht op één genre en het WA is verdwenen. Natuurlijk maakt proza-analyse nog altijd een wezenlijk onderdeel uit van het programma, maar als docent kun je je afvragen wat de meerwaarde is van nóg een roman op de lijst. Met het oog op het programma en de examenonderdelen (mondeling, paper 1, paper 2) lijkt variatie in genres aantrekkelijk. Zo bieden de areas of exploration veel ruimte voor reflectie op de vorm van de tekst, wat ertoe uitnodigt diverse genres te verkennen.

Uiteraard zijn er tal van argumenten te geven om juist wél veel proza op te nemen op de lijst. Al is het maar dat sommige leerlingen graag romans lezen en je als docent dit lezen wilt stimuleren en ontwikkelen. Omgekeerd kun je bij leerlingen die niet graag lezen de indruk hebben dat de roman het genre is ‘dat nog het best gaat’. Een roman levert bovendien meer talige input op dan een (kort) toneelstuk of een dichtbundel.

Ik denk dat het nieuwe curriculum, meer dan vroeger, verlangt dat je als docent een helder overzicht hebt van de leerdoelen bij elke tekst. Het kiezen van romans is daarbij geen sinecure. Wat is geschikt? Klassiekers van bijv. Bernlef, Haasse of Mulisch? Of eerder een ‘jonge’ tekst van bijv. Karin Amatmoekrim, Maartje Wortel of Lize Spit? Ik denk dat er veel voor te zeggen valt om dit laatste op z’n minst te overwegen, al is maar om een tekst te hebben die qua leefwereld dichter aansluit bij de leerlingen – waarin er een mailtje kan worden geschreven en een telefoon niet met een snoer vastzit aan de muur. De nieuwe PRL biedt gelukkig ruimschoots gelegenheid om teksten te kiezen van jonge, actieve auteurs.

Proza zal ongetwijfeld het meest gekozen genre zal blijven, maar de dominantie van de roman zal wellicht afnemen. Ik merk zelf dat ik, bij het zoeken naar teksten bij de AOE’s, de uitdaging voel om nieuwe mogelijkheden te verkennen, ook met betrekking tot de literaire vorm. De keuze voor een roman is dan minder vanzelfsprekend dan voorheen. 

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie