Over examens

Deze maand (januari) worden aan veel scholen examens afgenomen. Leerlingen in DP2 buigen zich over de Mocks. Ook voor veel DP1-leerlingen is een examenweek gepland; zij maken dan hun eerste paper 1 onder examencondities.

Aan veel scholen is het de gewoonte om in DP1 paper 1 te toetsen, waarbij doorgaans het meest recente examen wordt gebruikt. Zo’n oefenexamen in een vroeg stadium kan nuttig zijn en relevante informatie opleveren, bijv. als blijkt dat de leerling moeite heeft met een handgeschreven tekst of als hij/zij worstelt met het tempo (de tijd kan een cruciale factor zijn!). Bij het nakijken van de examens haal je de slechte planners er meteen uit. En waar een leerling bij het inleveren van huiswerk gebruik kan maken van een spellingchecker, zijn in een handgeschreven tekst alle taal- en spelfouten zichtbaar.

Naast de voordelen van een vroege toetsing is er ook een bezwaar: bij een DP1-leerling kan het lastig zijn om het paper 1 te beoordelen. Want welke criteria hanteer je? De rubric scores? Maar is dat wel fair? Aan het begin van het IB beschikken leerlingen nog niet over de vaardigheden die aan het eind van het programma worden vereist. Het schrijven van een paper 1 is bovendien een complexe zaak, waarbij allerlei zaken samenkomen: tekstbegrip, literaire analyse, structuur, taalgebruik, enz. Leerlingen hebben oefening nodig om zo’n paper 1 onder de knie te krijgen.

Nu, in 2020, komt daar nog een factor bij. Scholen zullen gebruik maken van past papers uit het oude curriculum. Op zich geen probleem (de opzet van het examen is nauwelijks veranderd), maar er is één cruciaal verschil: in het nieuwe curriculum is de examentijd teruggebracht van 90 naar 75 minuten, en dát zullen de scholen inroosteren. Daarmee valt een kwartier weg – juist het kwartier waarin de leerling goed op stoom is! Gevolg: de literaire analyse die een DP1-leerling inlevert zal al snel zo’n 200 woorden minder tellen en/of minder diepgaand zijn dan in voorgaande jaren.

Leerlingen hebben zodoende een dubbel nadeel: ze missen de oefening en vaardigheid om zo’n paper 1 goed en snel te maken én ze hebben minder tijd tot hun beschikking. Om de leerling niet op te zadelen met een ontmoedigend cijfer, is het verstandig om als docent diverse mogelijkheden af te wegen. Tóch 90 minuten geven? Soepel nakijken? Of steun bieden door vooraf het genre vast te leggen (bijv. proza), expliciet de structuur voor te schrijven en de verhaaltechnische middelen aan te geven die aan bod dienen te komen?

Ik maak de paper 1’s vaak zelf ook. Dat vind ik wel zo sportief, en vooral: wanneer ik zo’n paper 1 schrijf, merk ik pas goed voor welke vragen en problemen de tekst de leerling stelt. Uit ervaring kan ik zeggen dat ik 90 minuten al erg kort vond. Nu moet zo’n analyse dus nóg sneller… 

Tot slot: wie voorbeelduitwerkingen van oude paper 1’s wenst, of wie uitwerkingen wil uitwisselen, kan graag contact met me opnemen! (Die uitwerkingen wil ik om begrijpelijke redenen niet online zetten, maar ik kan ze wel delen met docenten.)

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie