Over literatuur in vertaling

Met de intrede van het nieuwe curriculum krijgt ‘literatuur in vertaling’ een prominentere plaats in het programma. Het is een verplicht onderdeel van het mondeling examen en bij paper 2 kan een tekst in vertaling worden gebruikt.

Het programma vereist dat de leerling minimaal vier oorspronkelijk Nederlandstalige teksten leest en drie teksten in vertaling. Waar literatuur in vertaling tot nog toe 20% van de teksten uitmaakte en slechts gebruikt werd bij één van de vijf examenonderdelen, ligt dit percentage nu veel hoger. In het nieuwe curriculum is het aandeel minimaal 33 %. En als beide vrije keuzes worden ingevuld met vertaalde teksten, is de literatuur in vertaling zelfs in de meerderheid!

De toegenomen aandacht voor literatuur in vertaling gaat gepaard met een ruimere keuze uit literaire teksten. Dat is prettig. Want dát was een kritiekpunt in het oude curriculum: de lijst met toegestane teksten in vertaling was beperkt. Wanneer je bovendien rekening hield met praktische punten (er moest een vertaling beschikbaar zijn, liever geen roman van 800+ bladzijden, e.d.), bleef er een relatief klein corpus over, waarvan enkele teksten erg veel werden gelezen: Maus van Art Spiegelman, Een poppenhuis van Ibsen, Kroniek van een aangekondigde dood, enz. Absolute bestsellers onder IB-leerlingen.

De keuze van het IB voor meer literatuur in vertaling maakt nieuwe, verrassende keuzes mogelijk. Daarbij impliceert het ook een verschuiving in leerdoelen. Met enige overdrijving zou je kunnen stellen dat het doel voorheen lag in de literaire analyse op zich. In het nieuwe curriculum is de aandacht verschoven naar cultuur: de leerling is een wereldburger en de teksten die worden gelezen nodigen uit tot reflectie op de eigen én andere cultuur. Literaire analyse is daarbij een middel om de tekst beter te doorgronden.

De keuze is groter. Wat nu te kiezen? Het is mogelijk om uitsluitend teksten van westerse auteurs te bespreken (voor het criterium ‘tweede continent’ kan bijv. een tekst van een Amerikaanse auteur worden gekozen), maar het is de vraag of daarmee recht wordt gedaan aan het programma. Ik denk dat er veel voor te zeggen valt om de leerling op ontdekkingsreis te sturen naar culturen waar hij of zij nog nooit is geweest. Hoe groter de verwondering, hoe dwingender de reflectie. En dat kan helpen bij het formuleren van een global issue (voor het Individual Oral) of het schrijven van een essay (paper 2).

Pieter van der Vorm

Plaats een reactie